In search of Magritte
Nederlands - Ton van Reen

Openingsrede van Ton van Reen uitgesproken in galerie ’de Franse Republiek’ op 21 Oktober 2001.

HET LEVEN IS SLECHTS DRAAGBAAR ALS BRANCARD VAN DE DOOD

Deze woorden staan als titel onder een van de werken van Jos Deenen, op deze expositie. De uitspraak kan tevens gelden als een statement voor het werk van de kunstenaar Jos Deenen. Hij bedient zich van de dood om het leven te schilderen.
Toen ik van de week hier langs kwam om even te kijken naar het werk dat Jos Deenen nu laat zien, kwam er een oud gedicht in mijn hoofd op; ik denk dat het van Bloem is, maar u mag mij corrigeren:
“Denkend aan de dood kan ik niet slapen
en als ik niet kan slapen denk ik altijd aan de dood”
Deze regels zouden een samenvatting kunnen zijn van alle titels, in het handschrift van Jos Deenen onder de collages die hier tentoongesteld worden.

Zijn woorden, meestal woedend opgeschreven, hebben geen naamgeving meer nodig. De titels verraden dat het werk alleen van Jos Deenen kan zijn. Zijn woede is zijn signatuur. Kwaadheid is zijn handtekening.
Woede en sarcasme zijn de twee eigenschappen van de persoon Jos Deenen die duidelijk naar voren komen in zijn werk. Woede over het onrecht in de wereld. Sarcasme over de pogingen van hen die aan het kwaad een eind willen maken. Jaren geleden was hij nog woedender, naargelang hij ouder wordt, wordt hij sarcastischer.
Misschien dat daarom zijn werk van de laatste jaren een paar tonen lichter is geworden. Er zit nu minder rood in zijn werk: het warme rood in de collages van Jos is altijd het warme rood van bloed. Er zit nu meer wit in zijn werk: wit is de kleur van de onschuld van engelen en kinderen die pootje baden in poelen van bloed. Dat is sarcasme.

Collage-portret Ton van Reen, Literair Museum Den Haag

Jos laat de hypocrisie zien die de wereld teistert.
Al jarenlang laat hij in zijn werk zien dat Amerika zich verdedigt tegen wapens die het zelf heeft geleverd en tegen de chemische en bacteriële oorlogsvoering die het zelf heeft ontwikkeld. De wapens waarmee de westerse vrijheid bestreden wordt, zijn niet ontwikkeld om niet te gebruiken. Ze zijn ontwikkeld omdat  de economie dat wil en omdat de wapenindustrie het hart van de Amerikaanse  economie is. Nu er weer oorlog is en Amerika zich op de borst klopt als verdediger van onze wereld tegen door Amerika ontwikkelde duivels, zet Amerika in Afghanistan zijn nieuwste nog geheime wapens in en hebben de Amerikaanse industrieën weer de mogelijkheid hun nieuwste wapens te testen. Zoals dat ook in de golfoorlog gebeurde, waarvan we nu nog steeds niet weten waarom die is gevoerd, tenzij we ervan uitgaan dat die oorlog is ontketend om de  Amerikaanse oliebelangen in  het Midden-Oosten veilig te stellen. Wapens zijn er om verkocht te worden. Jarenlang boycot Amerika de vrije distributie van medicijnen in derdewereldlanden, tot nu opeens blijkt dat de bescherming van de eigen industrie een tekort aan medicijnen tegen anthrax heeft veroorzaakt in eigen land. Nu gaat binnen Amerika de wet op de helling en mogen medicijnen tegen anthrax ook door de niet-monopoliehouders worden gemaakt voor de eigen bevolking, maar de aidsremmende medicijnen waar Amerikanen het monopolie op hebben, mogen nog steeds niet goedkoop aan Afrika geleverd worden, zodat daar miljoenen nutteloos sterven om de winst van de medicijnenmultinationals in Amerika hoog te houden.

Dit lijkt een politiek praatje te worden, maar het kan niet anders als ik praat over het werk van Jos. Uitbuiting om het gewin is een van de hoofdthema’s van Jos. En uitbuiting van de geest door monolitische geloofsgenootschappen en hun leiders, die de mens angst aanpraten over zijn lot en zijn bestemming.

Wie met Jos Deenen praat, kent zijn sarcastische lachje, vooral als hij over zijn favoriete thema’s spreekt: zoals macht, geldhonger, onderdrukking. Na elke drie zinnen lacht hij het ongemak over de wereld waarin we leven van zich af. Die wereld die hij dagelijks, in haast elk gesprek met iedereen die hij tegenkomt, onder de loep neemt. Jos heeft dat sarcasme nodig om overeind te blijven in een wereld die hij niet aanvaardt zoals hij is en die hij daarom in zijn eenmansguerilla als kunstenaar bestrijdt.

Het werk van Jos is niet alleen beeldend, het is vooral literair. Elke prent is een verhaal met vele nevenverhalen. Elke prent is een raamvertelling over de wereld. In elke prent zijn vele lagen te ontdekken, die elk weer andere verhalen oproepen. Het zijn geen mooie verhalen. Het is de werkelijkheid van de literatuur. Wie veel leest weet dat echte literatuur met inspanning geconsumeerd moet worden. Echte literatuur gaat vooral over de relatie tussen het leven en de dood. In echte literatuur wordt veel gestorven. In echte literatuur, de boeken die verhalen over het lot  van de mensen, is het vaak een puinzooi. Kaïn en Abel, Sodom en Gomorra, Auschwitz en Srebrenica. In echte literatuur komt geen humor voor. Literatuur is er niet om te lachen. Om te lachen is er de lectuur, de schrijverslulkoek van het Toon Kortooms- en Jules Deelder-niveau, de Playboy en de spreuken op rollen toiletpapier.
Jos schrijft met zijn collages literatuur, omdat hij dezelfde toon treft als
Louis Paul Boon, Isaac Bashevis Singer, Afrikaanse dichters, en Zuid-Amerikaanse prozaschrijvers.  De absurdistische toon in de boeken van Marquez, klinkt door in de herplakte, herschikte, opnieuw geordende wanorde van onze, door Jos verbeelde, wereld.

Eigenlijk is Jos een romanticus: hij wil dat de mens goed is, een mens die van de ander houdt en voor de ander zorgt, in plaats van dat de ene mens de ander afmaakt of uitbuit.
Dat romantische uit zich ook in zijn kleuren: warme kleuren, maar helaas is het  warme rood in zijn werk vaak de kleur van bloed, en is het groen vaak het gifgroen van de haat. Vaak zijn de zachtste ogen de ogen van kinderen op het slagveld of van kinderen die bijna dood zijn door honger, kinderen die worden gered door een helpende hoer uit de Playboy, of wier ziel wordt gered met het laatste sacrament van de stervenden  door een prelaat van de Rooms Katholieke Kerk.

Jos ziet onze maatschappij als een samenzwering tegen de mens.
Jos is bewogen. Bewogenheid met onze wereld en deernis over de uitgekotsten houdt hem gaande. Hij verwoordt het in zijn felle analyses over de wereld, hij vertelt het in zijn collages.

De manier waarop hij werkt, de manier waarop hij zijn collages maakt, komt door zijn levenslange papierziekte. Jos is verslaafd aan papier. Aan papier als gebruiksmateriaal, aan papier als drager van de boodschap.
Hij kent alle facetten van papier. Hij is graficus, vormgever, letterzetter,  boekdrukker, boekbinder, papier- en enveloppenmaker, papierkleurder, eigenbeheeruitgever. Door zijn levenslange omgang met papier kan het niet meer anders dan dat het papier dat door zijn handen glijdt, een ander leven gaat leiden, verknipt en verpuzzeld wordt en een boodschap uit gaat dragen.

Als kunstenaar rafelt hij alle foto’s uit elkaar,  vormt hij duizenden fragmenten uit de Playboy,  Osservatora Romana, Esquire, National Geographic, Nieuwe Revue, wetenschappelijke tijdschriften over fotografie, anatomie en sterrenkunde, tot nieuwe platen die het verband aantonen tussen de Paus en de Chileense dictator Pinochet, Marlboro en kankerdood door nicotine, wereldwijde aanslagen bedacht in het brein van de kapitalistische internationale,  verbroedering tussen de reclamejongens van coca-cola en hongerend Afrika.

Jos Deenen doet een beroep op ons geweten. En juist dat maakt hem zo sarcastisch. Hij weet dat wij, de anderen, ook cynisch zijn. Hij weet dat wij weten dat hij gelijk heeft, maar dat we na zijn gelijk te erkennen gewoon doorleven in deze wereld die armen armer maakt, waarin steeds weer nieuwere en gemenere wapens worden uitgeprobeerd op mensen met honger.
Hij weet dat we ons geweten afkopen met een bedrag dat we storten op de girorekening voor hongerende  en stervende kinderen.
Hij weet dat wij murw zijn van de boodschappen over hoe het anders moet.
Hij weet dat we allemaal die ene zin van Louis Paul Boon gelezen hebben:
“Schop de mensen tot ze een geweten krijgen”.
Kunstenaars horen guerillastrijders te zijn. Ze horen de mensen om de oren te slaan met hun teksten en tekeningen, met hun beelden, films en foto’s, met hun verhalen en gedichten, met hun collages en installaties, met hun schilderijen en met alles wat ze hebben. Tot de wereld een geweten heeft.

Ton van Reen