
Rede van galeriehouder Paul Mangen uitgesproken bij de opening van de tentoonstelling van Jos Deenen in Bochum (Duitsland) in1996.
Ergens in een land sterft een kind aan ondervoeding Waarom? Zijn vader, een arbeider is werkeloos. Waarom?
De fabriek waarin hij werkt is gesloten. Waarom? De fabriek kan geen winst meer maken. Waarom?
Een ander land - ver weg van de plaats waar het kind dood gaat - kan het produkt goedkoper vervaardigen. Waarom?
Er zijn in het land geen machtige vakbonden die het een of ander ten goede zouden kunnen keren. Waarom? Waarom? Waarom? Waarom? Welk antwoord je ook op het laatste waarom geeft, de rij met feiten vanaf de dood van het kind tot aan de zwakke vakbonden in het ver verwijderde land waarvan het kind nooit gehoord heeft is een gesloten rij, is “een Wereld”. Als we er nu eens vanuit zouden gaan dat we aan een kunstenaar, een schilder of een fotograaf zouden vragen om deze werkelijkheid in beeld te brengen. Welke voorstelling zou hij kunnen maken? Misschien van een arts die zich over het doodsbed van een kind buigt? Of van een staking voor meer loon, die door de politie uit elkaar geslagen wordt? De uitbeeldingen kunnen nog zo realistisch of naturalistisch zijn - het blijven coupures, ij tonen alleen maar schakels van een ketting, maar niet de werkeijkheid die door de ketting ze if gevormd wordt. Het verband, d.w.. de werkelijkheid, blijft zo onzichtbaar.
(Citaat uit het openingswoord voor de tentoonstelling van John Hartfeild in New York ,1938)


Face the facts, 1999 (56x48)
Van deze Onzichtbaarheid en van deze onvolkomenheid van het menselijke oog gaat Jos Deenen uit. Als hij de werkelijkheid vermink* en op ongebruikelijke wijze sarnenstelt doet hij dat alleen maar om haar correct weer te geven.
Wanneer de samenleving zich laat zien doet ze dat opzettelijk, om haar eigen belangen onzichtbaar te houden. Het wantrouwen dat men voor de zichtbare wereld koestert moet tegenover de samenleving extra groot zijn omdat deze zichtbaarheid als tochtscherm gebruikt. Het zichtbaar maken wat daarachter verborgen zit en het schuiven van zijn tegenstander naar de plek waar hij op heterdaad betrapt kan worden, dat is de taak van Deenen. Zijn voorstellingen hebben daarom vaak twee verschillende heiften. De ene kant is de bij iedereen bekende, door ieder te identificeren zichtbare kant. De andere helft van de voorstelling is de verborgen kant, het onvergetelijk dubbelzinnige. Wanneer hij componeert en combineert, dan slechts om wat effectief bij elkaar hoort als oordeel voor te leggen; en als hij iets bedenkt probeert hij een ontdekking door te geven.
Wanneer hij componeert en combineert, dan slechts om wat effectief bij elkaar hoort als oordeel voor te leggen; en als hij iets bedenkt probeert hij een ontdekking door te geven.
Deenen maakt niet alleen zichtbaar wat in werkelijkheid bestaat maar hij vertaalt ook leugens, frasen en metaforen in beeld om ze door overduidelijke verzinnelijking ad absurdum te voeren.
Het vervaardigen van een fotomontage, die schijnbaar slechts het snelle werk van schaar en lijm is, is echter het resultaat van voorzichtig en weloverwogen werken. Hierin doet Deenen niet onder voor een schilder, een tekenaar of een schrijver.
Hoewel het materiaal voor de fotomontage - illusfratief materiaal, schaar, lijm en woord aan iedereen ter beschikking staat geldt dat niet voor het gebruik ervan. Wie met lijm en woord alleen maar knippen plakken en spreken kan moet zich aan deze politieke kunst niet wagen. Men moet met schaar, lijn en woord tekenen kunnen zoals God Kam tekent: zo dat ze voor eens en voor altijd getekend bleven. Jos Deenen kan dat.
Jos liet zich in het bijzonder door Dada-kunstenaars beïnvloeden. Speciaal de maatschappijkritische werken van Otto Dix en George Grosz hebben een diepe indruk op hem gemaakt. Maar het waren de anti-facsistische fotomontages van John Heartfield die hem ertoe brachten zelf eens de schaar ter hand te nemen en onder het motto: “Just show your scissors and paste if you are not allowed to speak!”, enige snippers aan elkaar te lijmen.
Literatuur:
Günther Anders: Mensch ohne Welt - Schrifte zur Kunst und Literatur,
Beck’sche Reihe
Bernhard Sprute & Peter Weber: Experiment Kunst - Die Dada-Bewegung und ihre Auswirkungen in der Kunst
des 20.Jahrhunderts, Schroedel